Make your own free website on Tripod.com

Yoga - De weg naar Vervolmaking

Life Divine; Goddelijk Leven
Home | Advaita Yoga | Nieuw | Bhagavad Gita | Over ons | Kontakt | Activiteiten | Agenda | Foto Gallery | Hatha Yoga | Raja Yoga | Integrale Yoga | Sivananda Yoga

Studiegroep Integrale Yoga - Zoetermeer

sriaurobindo.jpg

BOEK EEN

 

ALOMTEGENWOORDIGE WERKELIJKHEID EN HET UNIVERSUM

 

HOOFDSTUK I

 

De Menselijke Aspiratie.

 

Zij volgt het doel van diegenen, die verder gaan, zij is de eerste in de eeuwige opeenvolging van dageraden, die er aan komen, --- Usha zet uit en brengt datgene wat leeft naar buiten, ontwaakt iemand, die dood was --- Wat is haar belang, wanneer zij zich harmoniseert met de dageraden, die eerder naar buiten schenen en met diegenen, die nu moeten schijnen? Zij verlangt de oude morgens en vervult hun licht; terwijl ze haar verlichting vooruit projecteert, begeeft ze zich in vereniging met de rest, die noch moeten komen.

 

Kutsa Angirasa—Rig Veda[1]

 

Drievoudig zijn die allerhoogste geboorten van deze goddelijke kracht, die in de wereld is, zij zijn waar, zij zijn wenselijk; hij beweegt daar uitgebreid binnen het Oneindige en schijnt zuiver, lichtend en vervullend ---

Datgene, wat onsterfelijk is in stervelingen en bezeten van waarheid, is een god en innerlijk gevestigd als een energie, die naar buiten werkt door middel van goddelijke vermogens --- Wordt hoogverheven, O Kracht, doorbreek alle sluiers, manifesteer in ons de dingen van de Godheid.

 

Vamadeva-Rig Veda.[2]

 

DE EERSTE bezorgdheid van de mens in zijn ontwaakte gedachten en naar het schijnt zijn onvermijdelijke en tevens laatste bezorgdheid --- want het overwint de langste periode van scepsis en keert terug na iedere ballingschap, --- is ook de hoogste, die zijn denken kan doorzien. Zij manifesteert zich als de vergoddelijking van de Godheid, de impuls naar vervolmaking, de zoektocht naar zuivere Waarheid en onvermengde Zaligheid, het gevoel van een geheime onsterfelijkheid. De oeroude dageraden van de menselijke kennis hebben ons achtergelaten als hun getuige van dit voortdurende streven; wij zien vandaag een mensheid, die verzadigd is van, maar niet bevredigd is door de triomfantelijke analyse van uiterlijkheden van de Natuur, die zich voorbereidt terug te keren naar haar oeroude verlangens. De eerste formule van Wijsheid belooft haar laatste te zijn, --- God, Licht, Vrijheid, Onsterfelijkheid.

Deze aanhoudende idealen van het ras zijn in onmiddellijke tegenstelling met haar normale ervaring en de verklaring van hogere en diepere ervaringen, die abnormaal zijn voor de mensheid en alleen verkrijgbaar zijn, in hun georganiseerde totaliteit, door een revolutionaire individuele inspanning of een evolutionaire algemene vooruitgang. Het Goddelijk wezen kennen, bezitten en zijn in een dierlijk en ego´stisch bewustzijn, ons halfverlichte of duistere mentale omvormen naar de volkomen supramentale verlichting, vrede en zelfbestaande zaligheid bouwen, waar er alleen spanning is van een voorbijgaande bevrediging omsloten door fysieke pijn en emotioneel lijden, een oneindige vrijheid vestigen in een wereld, die zichzelf presenteert als een groep mechanische noodzakelijkheden, het onsterfelijk leven ontdekken en realiseren in een lichaam, onderworpen aan de dood en voortdurende mutatie, --- dit wordt ons aangeboden als de manifestatie van God in de Materie en het doel van de Natuur in haar aardse evolutie. Voor het gewone materiŰle intellect, dat de huidige organisatie van het bewustzijn aanziet voor de grens van haar huidige mogelijkheden, is de onmiddellijke tegenstelling van de ongerealiseerde idealen met de gerealiseerde feiten een laagste argument tegen hun geldigheid. Maar als we met een meer opzettelijke blik naar de werkingen van de wereld kijken, verschijnt de onmiddellijke tegenstelling eerder als een deel van de diepzinnigste methode en het zegel van haar meest complete bekrachtiging.

Want alle problemen van het bestaan zijn in wezen problemen van harmonie. Zij ontstaan uit de waarneming van een onopgeloste disharmonie en het instinct van een onontdekte overeenstemming of eenheid. Tevreden rusten met een onopgeloste disharmonie is misschien mogelijk voor het praktische en meer dierlijke gedeelte van de mens, maar onmogelijk voor zijn volledig ontwaakte denkvermogen en gewoonlijk ontsnappen zelfs zijn praktische delen alleen door of het probleem buiten te sluiten of door een ruw, nuttig en onverlicht compromis. Want in essentie zoekt de hele Natuur naar harmonie, leven en materie in hun eigen gebied, zoveel als het denkvermogen in de opstelling van haar waarnemingen. Hoe groter de blijkbare wanorde van de aangeboden materialen of de blijkbare ongeschiktheid, zelfs tot onverzoenlijke tegengesteldheid van de elementen, die gebruikt moeten worden, hoe sterker de aansporing is en het naar een subtielere en meer geschikte orde drijft, dan wat normaal het resultaat kan zijn van een minder moeilijke onderneming. De overeenstemming van het actieve Leven met een materie van de vorm, waarin de conditie van handeling zelf traagheid schijnt te zijn, is een probleem van tegengestelden, die de Natuur opgelost heeft en altijd beter probeert op te lossen bij grotere complexiteiten; want haar perfecte oplossing zou de materiŰle onsterfelijkheid zijn van een volledig georganiseerd dierlijk lichaam, dat het denkvermogen ondersteunt. De overeenstemming van een bewust denkvermogen en bewuste wil met een vorm en een leven, die in zichzelf niet openlijk zelfbewust zijn en op zijn hoogst in staat tot een mechanische of onderbewuste wil is een ander probleem van tegengestelden, waarin zij verbazingwekkende resultaten heeft geproduceerd en altijd streeft naar hogere wonderen; want daar zou haar allerhoogste mirakel een dierlijk bewustzijn zijn, dat niet langer zoekt, maar Waarheid en Licht bezit met de praktische almacht, die zou resulteren uit het bezit van een directe en volmaakte kennis. Dan is de opwaartse impuls van de mens naar een overeenstemming van nog hogere tegengestelden niet alleen rationeel in zichzelf, maar het is de enige logische vervulling van een regel en een inspanning, die een fundamentele methode van de Natuur schijnt te zijn en de diepere bedoeling van haar universele inspanningen.

We spreken van de evolutie van Leven in de Materie, de evolutie van Denkvermogen in Materie, maar evolutie is een woord, dat hoogstens het fenomeen aanduidt zonder het uit te leggen. Want er schijnt geen reden te zijn waarom Leven zou ontwikkelen uit materiele elementen of Denkvermogen uit levende vorm, tenzij wij de Vedantische oplossing accepteren, dat het Leven alreeds besloten ligt in de Materie en het Denkvermogen in het Leven, omdat Materie in essentie een vorm van versluierd Leven is, Leven een vorm van versluierd Bewustzijn. En dan schijnt er weinig bezwaar te zijn tegen een verdere stap in deze series en de erkenning, dat het mentale bewustzijn zelf alleen een vorm en sluier zou kunnen zijn van hogere staten, die boven het Denkvermogen liggen. In dat geval presenteert de onoverwinnelijk impuls van de mens naar God, Licht, Zaligheid, Vrijheid, Onsterfelijkheid zichzelf op de juiste plaats in de keten, simpelweg als de noodzakelijke impuls, waardoor de Natuur zoekt zich te ontwikkelen voorbij het Denkvermogen en blijkt zo natuurlijk, waar en juist te zijn als de impulsen naar Leven, die zij geplant heeft in de bepaalde vormen van Materie of de impuls naar Denkvermogen, die zij geplant heeft in bepaalde vormen van Leven. Zoals daar bestaan de impulsen ook hier meer of minder verduisterd in haar verschillende voertuigen met een altijd opgaande reeks in het vermogen van haar wil om te zijn; zoals daar ontwikkelt ze ook hier geleidelijk en is ze gebonden aan het ontwikkelen van de noodzakelijke organen en talenten. Zoals de impuls naar het Denkvermogen varieert van de meer gevoelige reacties van Leven in het metaal en de plant naar haar volledige organisatie in de mens, zo is er in de mens dezelfde opstijgende reeks, de voorbereiding , zo niet meer, van een hoger en goddelijk leven. Het dier is een levend laboratorium, waarin de Natuur, zoals gezegd, de mens heeft uitgewerkt. De mens zou best zelf een denkend en levend laboratorium kunnen zijn, waarin en met wiens bewuste medewerking zij de supermens, de god, wil uitwerken. Of zullen we niet beter zeggen, God te manifesteren?  Want als evolutie de voortgaande manifestatie is door de Natuur van datgene wat in haar besloten sliep of werkte, dan is het ook de openlijke realisatie van datgene wat zij heimelijk is. Wij kunnen dan ook geen pauze van haar eisen in een bepaald stadium van de evolutie, noch hebben wij het recht om enige bedoeling , die zij aan de dag zou leggen of inspanning, die zij zou maken om verder te gaan met de religieuze te veroordelen als pervers en aanmatigend, of met de rationalist als een ziekte of hallucinatie. Als het waar zou zijn , dat de Geest besloten is in de Materie en de Natuur klaarblijkelijk heimelijk God is, dan is de manifestatie van de godheid in zichzelf en de realisatie van God van binnen en van buiten het hoogste en meest legitieme streven, dat mogelijk is voor de mens op aarde.

Op deze manier rechtvaardigen de eeuwige paradox en de eeuwige waarheid van een goddelijk leven in een dierlijk lichaam, een onsterfelijke aspiratie of werkelijkheid, die een sterfelijk pachtgoed bewoont, een enkel en universeel bewustzijn, dat zichzelf vertegenwoordigt in beperkte denkvermogens en verdeelde ego’s, een transcendent, ondefinieerbaar, tijdloos en ruimteloos Wezen, die alleen tijd en ruimte en kosmos mogelijk maakt en in al deze de hoger waarheid mogelijk maakt door de lagere uitdrukking, zichzelf voor de opzettelijke reden alsook voor het vasthoudende instinct of intu´tie van de mensheid. Soms worden pogingen gedaan om voorgoed met vragen af te rekenen, die zo dikwijls onoplosbaar verklaard zijn door logische gedachten en mensen over te halen om hun mentale handelingen te beperken tot de praktische en onmiddellijke problemen van hun materiele bestaan in het universum, maar zulke ontwijkingen zijn nooit permanent in hun uitwerking. De mensheid komt van hen terug met een vurigere impuls van onderzoek of een meer gewelddadige honger naar een onmiddellijke oplossing. Van deze honger profiteert de mystiek en nieuwe religies verrijzen om de oude te vervangen, die vernietigd zijn of van hun betekenis ontnomen door een scepsis, die op zichzelf niet kon bevredigen, ofschoon haar taak onderzoek was, was zij niet welwillend om voldoende te onderzoeken. De poging om een waarheid te ontkennen of te smoren, omdat zij nog duister is in haar uiterlijke werkingen en te vaak vertegenwoordigd wordt door een verduisterd bijgeloof of een primitief geloof, is zelf een soort van verduistering. De wil om aan een kosmische noodzaak te ontsnappen, omdat zij moeilijk is of moeilijk te rechtvaardigen door onmiddellijke tastbare resultaten, langzaam in het regelen van haar werkzaamheden moet uiteindelijk blijken geen aanvaarding van de waarheid van de Natuur geweest te zijn, maar een opstand tegen de geheime machtiger wil van de grote Moeder. Het is beter en meer rationeel om te aanvaarden, wat zij ons als ras niet zal toestaan te weigeren en het op te tillen van de sfeer van blind instinct, duistere intu´tie en onwillekeurig streven naar het licht van de rede en een ge´nstrueerde en bewust zelfgeleidende wil. En wanneer er enig hoger licht of verlichte intu´tie of zelfopenbarende waarheid is, die nu in de mens of verhinderd en niet werkzaam is of werkt met glinsteringen met tussenpozen, als het ware van achter een sluier of met incidentele vertoningen, zoals het noorderlicht aan onze materiele hemelen, dan hoeven wij ook niet te vrezen om te streven. Want het is aannemelijk, dat dat de eerstvolgende hogere staat van bewustzijn is, waarvan het Denkvermogen alleen een vorm en sluier is en door de verrukkingen van dat licht zou het pad kunnen liggen van onze voortgaande zelfverruiming naar welke hoogste staat dan ook, die uiteindelijke rustplaats van de mensheid is.



[1]— Kutsa Angirasa—Rig Veda — 1 I. 113. 8, 10.

[2]— Vamadeva-Rig Veda    IV. I. 7; IV. 2. 1; IV. 4. 5.

 

Yoga Zoetermeer *Chris Duindam*